Throwback

Stuiterend loop ik Ahoy uit. Wat een topavond heb ik gehad. We slenteren naar de taxi en we laten ons afzetten bij ons hotel. De rest van de dames gaat nog de kroeg in, ik besluit om te gaan slapen. Terwijl de rest van de dames een kleine sanitaire stop inlast, sta ik buiten het hotel nog een sigaretje te roken. Ik scroll wat door mijn tijdlijn op Facebook als ik zie dat er een schietpartij is geweest in Amsterdam-Oost. Precies om de hoek bij mijn oude huis. Er is één dode en meerdere gewonden. Ik sluit mijn Facebook app, puur omdat ik mijn leuke avond niet wil laten verpesten. Die liquidaties komen onderhand mijn strot wel een beetje uit.

Als ik de volgende middag in de trein zit terug naar huis, besluit ik bij te lezen. Mijn hart slaat over. Geen simpele liquidatie. Mannen met een bivakmuts zijn een buurtcentrum binnengelopen met kalashnikovs. Op zoek naar iemand. Al schietend raken ze meerdere personen. Mohammed overlijdt. Een 17-jarige jongen die stage liep in het buurtcentrum. Die niks te maken heeft met deze onderwereldoorlog. Niks! Op social media denkt men er anders over. Ik voel me een beetje misselijk, met moeite krijg ik een slok cola naar binnen.

De rest van de dag probeer ik dat onrustige gevoel van binnen te negeren. Ik reageer kattiger dan normaal op mijn vriend en op mijn kind. Ik zit niet lekker in mijn vel, maar kan het nog niet plaatsen. Als ik op mijn tijdlijn nieuws tegenkom over de schietpartij lees ik elke letter 5 keer. Bang om informatie te missen. En met elke letter komt er steeds meer onrust naar binnen. Mijn gedachten schieten naar de ouders van Mohammed, naar zijn vrienden, naar zijn collega’s. Ik zie ze zitten: verslagen, vol onbegrip en vol pijn. Ik zie mezelf zitten 3,5 jaar geleden, samen met de familie van Stefan, mijn familie, onze vrienden: verslagen, vol onbegrip en vol pijn. Ik schud beide beelden van me af. Het is teveel.

De oom van Mohammed deelt een open brief aan meneer van Aartsen. Ik deel hem op mijn tijdlijn, en roep meneer van Aartsen ook op om contact te leggen. Stefan had de twijfelachtige eer om de eerste vergissing te zijn in deze oorlog, Mohammed is de meest recente. Of hij de laatste is? Ik betwijfel het. De manier waarop het afgelopen weekend is gegaan, is afschrikwekkend. Ik kan me niet voorstellen dat zelfs de mensen die zich in dit milieu bevinden zich niet achter de oren krabben. Waar stopt het?

Maandagochtend, ik rij naar mijn werk. Mijn humeur laat te wensen over. Ik heb buikpijn en de spieren in mijn kaken en nek staan volcontinu in standje overdrive. Ik word een aantal keer gebeld door de pers. Na het weekend is het tijd voor opiniestukken. Compleet begrijpelijk. Dat ze bij me uitkomen: ook begrijpelijk. Dat ik een totale throwback naar juli 2014 onderga, ook totaal begrijpelijk. Bij iedere vergissing denk ik, of hoop ik dat dit toch echt de laatste zal zijn. En dat blijkt dan toch weer niet zo te zijn.

De komende dagen herbeleef ik de eerste dagen na de dood van Stefan opnieuw. En dat is okay. Van die “tic” kom ik nooit meer af. Het enige wat ik vreselijk blijf vinden is dat ik me de pijn van de familie en vrienden van Mohammed voor de geest kan halen, die pijn vergeet je niet. Er zijn geen woorden in welke taal dan ook die kunnen beschrijven wat zij nu voelen.

Het enige wat ik kan zeggen tegen de familie en vrienden van Mohammed: Ik denk aan jullie!

Add A Comment