Rouw Tsunami

De term rouw tsunami heb ik veelvuldig gebruikt in mijn blogs en posts op social media. Vorige week kreeg ik de vraag wat nou zo’n rouw tsunami is.

Vooropgesteld: het is geen bestaande term. Het is een term die ik zelf bedacht heb. Juist het woord tsunami dekt voor mij de lading. Een rouw tsunami gaat ongeveer als volgt:

De wekker gaat, langzaam doe ik mijn ogen open. Mijn maag voelt niet lekker aan. Er zit een enorme bult in mijn keel. Niet echt, maar zo voelt het. En ik weet: er komt een rouw tsunami aan. Alles voelt zwaar. Zowel letterlijk als figuurlijk. Mijn koffie smaakt niet, mijn benen weigeren dienst. De wereld lijkt vele malen donkerder dan die in werkelijkheid is. Ik probeer met alle kracht die ik in me heb om mezelf uit bed te slepen en ontbijt te maken voor mezelf en mijn zoon. Mijn oogleden voelen zwaar. Het onrustige gevoel in mijn lijf begint als een briesje. Het waait licht. 2 uur later heb ik het gevoel dat er een orkaan in mijn lijf zit. De wind maakt alles kapot wat hij maar tegenkomt. De golven beuken tegen de dijk en proberen er overheen te komen. Ik probeer nog steeds krampachtig mijn zinnen te verzetten. De afzuigkap krijgt een schoonmaakbeurt, ik knutsel een ovenschotel in elkaar waar Jamie Oliver jaloers op zou zijn en mijn kledingkast wordt opnieuw ingeruimd. Alles om maar niet toe te geven aan die onrust die mijn hele lijf op tilt doet slaan.

Toegeven zou makkelijker zijn. Die krachten breken uiteindelijk toch door de dijken heen. Maar ja, verdriet laten zien aan je kind is prima. Graag zelfs. Hij mag best weten dat zijn moeder echt nog regelmatig verdrietig is over de dood van zijn vader. Maar het verschil tussen een traan (misschien wel 10 ook) en de uitkomsten van deze rouw tsunami is dusdanig dat ik het pedagogisch niet verantwoord vind om me zo te laten gaan.

Op mijn tandvlees breng ik mijn zoon naar bed. Met moeite krijg ik er een verhaaltje en een liedje uit. De golven worden steeds hoger en de dijk begint het langzaam op te geven. Een laatste kus en dan sleep ik mezelf met mijn laatste stukje energie naar de bank. Ik bouw een nest op de bank, zet mijn bril af en wikkel mezelf in een deken. Ik zet mijn “functionele rouw playlist” aan en sluit mijn ogen.

3 noten van liedje A zijn genoeg om mijn verzet te breken. De laatste golf is zo hoog dat deze met gemak de dijk over walst. De tranen lopen en ik wil alleen nog maar in foetus houding op de bank liggen. Ik registreer wel de geluiden die ik maak, maar kan het niet meer stoppen. Mijn ademhaling versnelt en met vlagen krijg ik geen lucht meer. Ik hap naar adem en voel hoe ik met elke diepe teug lucht weer iets rustiger wordt.

Een uurtje later ben ik weer rustig. Ik lig nog wat na te snikken en neem dan nog één hele grote hap lucht. En dan voel ik totale opluchting. De zwarte kleuren maken plaats voor licht, voor geluid, voor geur, voor alles. Mijn schouder zakken weer naar benden, alle spanning loopt zo mijn lijf uit. De rouw tsunami is weer een rustig zeebriesje geworden.

Als ik daarna opsta vraag ik mezelf echt wel eens af “of dit hysterische gedoe” nou echt nodig was. Maar eigenlijk weet ik het antwoord al. Ja! Dit is af en toe echt nodig. Zonder deze rouw tsunami’s was ik niet in staat geweest om op andere dagen wel goed te kunnen functioneren.

En hoewel ik een rouw tsunami echt vervloek, is het stiekem ook mijn grootste zegen.

Add A Comment