Het leed dat kwantificeren heet

Al eerder heb ik geschreven over de zogenaamde “leedlat”. De lat waaraan je afmeet hoe erg een gebeurtenis nou eigenlijk is of zou moeten zijn voor iemand. Mijn aversie tegen deze leedlat is behoorlijk groot. Als ik in gesprek ben met iemand dan weiger ik mee te gaan in “maar wat jou is overkomen is natuurlijk veel erger”. Ik krijg er de rillingen van.

De bedoeling achter zo’n opmerking is natuurlijk ontzettend goed, dat realiseer ik me ook. Echter, er wordt letterlijk niemand wijzer van. Mijn gesprekspartner niet, en ik al helemaal niet. Ik ben gezegend met een gezonde dosis inlevingsvermogen, en deze is me gelukkig niet afgenomen. Uiteraard ben ik geen heilige, en moet je mijn situatie niet gaan vergelijk met die van de buurvrouw wiens cavia 3 weken geleden totaal onverwacht het loodje heeft gelegd. Ook ik heb mijn grenzen. (Dit is overigens een real life anekdote!)

Een behoorlijke tijd geleden heb ik meegewerkt aan een interview reeks met vrouwen wiens man door een misdrijf om het leven was gekomen. Toen mijn interview plaatsvond, werd ik geïnformeerd over het verhaal van deze andere vrouwen. En wat gebeurde er? Ik begon het leed van de anderen te kwantificeren. Het was veel erger voor hen omdat……. vul zelf maar in. Ik pakte de leedlat erbij! De dame die mij interviewde wist niet hoe ze het had. “Maar”, stamelde ze, “jou is toch precies hetzelfde overkomen?” Dit heb ik ontzettend hard ontkent. “Nee! Dit is heeeeeeeel anders! Bij de één was het bewust, bij de ander zelfs door een familielid. Dat is natuurlijk vele malen erger.” Wat een onzin!

Als je me nu vraagt waarom ik zo aan het kwantificeren sloeg? Ik heb echt geen flauw idee. Leed laat zich namelijk niet kwantificeren. En toe doe ik er zelf stiekem aan mee. Hoe irritant is dat? Niks menselijks is mij blijkbaar vreemd. Tegenwoordig kwantificeer ik het leed van een ander steeds minder. Wat een hele fijne en gezonde ontwikkeling is. Daar tegenover staat dat ik mijn eigen “leed” wel kwantificeer. Ik sta mezelf maar zelden toe om ergens boos, verdrietig of teleurgesteld over te zijn, want ja: “er is niemand dood gegaan!”

Stress over mijn bedrijf? Niet in verhouding!

Paniek over mijn tijdsindeling? Niet in verhouding!

Boos op een opdrachtgever? Niet in verhouding!

Een gebroken hart? Niet in verhouding!

Wat kun je het jezelf toch vreselijk moeilijk maken. Ik in ieder geval wel. Na mijn gesprekken met verschillende mensen over hun eigen verliessituatie, blijk ik hier totaal niet alleen in te zijn. Alsof een heftig verlies zou moeten betekenen dat de rest van al dat je meemaakt afgezet moet worden tegen je eigen leedlat. Alsof al je emoties daarna minder waardevol, productief of toegestaan zijn.

Rationeel blijkt iedereen die ik gesproken heb wel te snappen dat dit echt de grootst mogelijke onzin is, het jezelf toch toestaan blijft een uitdaging. I get that! Mijn oplossing? Ik benoem mijn interne leedlat gewoon tegen degene met wie ik dan ook in gesprek ben. Het geeft mij lucht en de reacties zijn altijd positief.

En dat geldt natuurlijk voor alle stappen die je zet in een rouw of verlieslandschap. Blijf aangeven hoe jij je voelt. Of het nu 2 dagen terug was, of 20 jaar. Juist al jouw emoties zijn toegestaan, waardevol en productief!

Add A Comment