De Leedlat

Ik wil geenszins pretenderen om een rouw deskundige te zijn. Wat ik wel ben is een rouw ervaringsdeskundige. Voeg daar een vleugje PTSS aan toe, en je hebt een behoorlijk pittige mix. Het kost tijd, veel praten en vooral veel voelen om daar je weg in te vinden. En tot op de dag van vandaag neem ik nog met enige gezonde regelmaat een afslag in dit rouwlandschap waarvan ik me altijd afvraag, had ik toch niet beter rechtdoor kunnen gaan? Mijn rouw zit vooral gevangen in weerstand: “Ik wil dit niet!” of het altijd verschrikkelijk in de weg zittende “Ik heb er gewoon geen zin in.”. Het brengt je nergens. Maar het weten en er wat aan doen zijn dan blijkbaar twee hele verschillende zaken.

Wat een geheel nieuwe ervaring voor me was, is dat er blijkbaar een lat is. Een lat waarin (in dit geval) mijn situatie gewaardeerd wordt op de mate van leed. En om het dan nog een stuk ingewikkelder te maken: gewogen word tegen het leed van een ander. Tot op de dag van vandaag hoor ik met enige regelmaat: “Ik moet ook helemaal niet tegen jou klagen over {vul een optie in} want jij hebt het veel zwaarder”. Ik geef enkele voorbeelden ter illustratie:

  • mijn man die de was niet in de mand gooit
  • mijn vrouw die teveel winkelt
  • mijn oma die net is overleden
  • mijn huisdier die ziek is
  • de oorontsteking van mijn kind
  • de scheiding van mijn ouders
  • etc

Je zou kunnen stellen dat ik aan de “goede” kant van de lat zit. Niemand durft zich ooit te meten aan mijn leed blijkbaar. Ik irriteer me mateloos aan deze lat. Alsof mijn situatie automatisch betekent dat ik het empathisch vermogen heb gekregen van een baksteen. Alsof het mij geen verdriet doet als één van mijn vriendinnen een gebroken hart heeft. Alsof ik lachend mijn schouders ophaal als je mij vertelt dat je vader ernstig ziek is. Alsof ik van steen ben als je mij om deze reden niet durft te vertellen dat je baan op de tocht staat.

Eerlijk is eerlijk, de eerste periode in mijn nieuwe bestaan (ik spreek zelf graag over de Janke ervoor en erna) had ik ook oprecht nul empathisch vermogen. Ik dacht echt dat ik mijn baan nooit meer kon uitvoeren. Als iemand op dat punt had gezegd dat hij een dag vrij moest omdat de kat van de buurvrouw van zijn tante was overleden dan had ik waarschijnlijk in lachen uitgebarsten en gevraagd of hij anders een dagje wilde ruilen met me. Deze periode duurde gelukkig niet lang. Ik vond het een vreselijke periode. Ik was niet mezelf. En dat was toen ook totaal niet haalbaar. Ik vond deze vrouw niet aardig, niet leuk en het was iemand die ik totaal niet wilde zijn.

Erkenning was daarmee de eerste stap. De eerste stap van nog velen die zouden volgen. Allemaal met hetzelfde doel: weer de Janke worden die ik ooit was. Ik ben gestruikeld, gevallen, opgestaan, heb gekropen, gesprint en ben uiteindelijk langzamer gaan lopen om te genieten van het uitzicht. Ben ik er al? Vast niet! Ligt dat volledig aan mijn situatie? Ook niet! Is dat erg? Totaal niet!

Als ik iets heb geleerd in mijn nieuwe bestaan, is dat mijn gevoel het allerbelangrijkste is. Niet alleen mijn eigen gevoel, maar ook het gevoel van een ander. Dus als ik met je meehuil omdat je geen baan meer hebt, dan is dat echt. Als ik met jou woedend ben op één of andere lul die je gekwetst heeft, dan is dat echt. Als ik met je mee vier omdat je een promotie hebt gemaakt, dan is dat echt. Er is geen enkele noodzaak om jouw situatie te wegen met die van mij. Het zijn appels en peren! En ik? Ik word diepongelukkig van al dat geweeg. In mijn nieuwe bestaan ben ik meer empathisch geworden. Daar heb ik hard voor gewerkt en ik gun mezelf dit.

Als ik toch niet meer oprecht zou kunnen meevoelen met een ander, dat zou dat een extra verlies zijn. Een verlies wat ik niet bereid ben om te nemen.

Comments

Add A Comment