Bedankt Kikker

Gisteren poste ik een plaatje van Kikker en het vogeltje. Een kinderboek wat ingaat op verlies. In dit specifieke geval overlijdt vogeltje. Een vriend van Kikker. Kikker is verdrietig en samen met zijn vrienden gaan ze vogeltje begraven. Het is een prachtig verhaal wat kan helpen om aan een jong kind uit te leggen wat de dood nu eigenlijk is.

Deze blog wordt superpersoonlijk. Ik wil je graag meenemen in hoe ik dat aangepakt heb met mijn zoon toen zijn vader zo plotseling overleed. Waarmee ik niet wil aangeven dat deze manier de beste is, maar je een inkijkje wil geven in mijn manier van aanpakken, en vooral de manier van mijn zoon.

Stefan is midden in de nacht overleden, Ruy  was op dat moment aan het logeren bij zijn oma. Op dat moment was ik daar zielsgelukkig mee, die nacht was nogal hectisch en ik heb meer tijd op het politiebureau doorgebracht dan me lief is. Ik had er niet aan moeten denken dat mijn zoon daar bezig was gehouden door een agent of iemand anders die hij niet kende. Hoewel ik er ook van overtuigd ben, dat dit met alle liefde van de wereld was opgepakt, voor mij was het feit dat hij bij zijn oma was, gezien de omstandigheden, het beste wat me op dat moment kon gebeuren. Hij was veilig.

De volgende dag had ik het aanbod om mijn zoon onder te brengen bij de beste vriend van Stefan. Samen met mijn moeder ben ik Ruy op gaan halen bij zijn oma. Het moment dat ik daar binnenliep en hem zag, staat in mijn geheugen gegrift. Hij had geen idee! Ik kon alleen maar huilen. Zelf nu ik dit opschrijf, schieten de tranen in mijn ogen. Ik wist niet wat ik moest zeggen, ik wist niet wat ik moest doen. Ik wilde hem alleen maar heel lang vasthouden. We hebben hem naar zijn logeeradres gebracht. Toen we daar uiteindelijk vertrokken, kon ik weer alleen maar huilen. De hele weg van Almere naar Amsterdam was gevuld met tranen. Rationeel was dit een goede beslissing, er kwam zoveel op me af. Gevoelsmatig voelde ik me de aller slechtste moeder op aarde.

De week die daarop volgde nam mijn ratio het over. De week zat vol met het regelen van een uitvaart, aangevuld met bezoeken van en aan de politie, Slachtofferhulp die langs kwam, pers die ik uit mijn portiek moest weren. Het was hectisch, en dat is het understatement van de eeuw. Ik was ontzettend blij om te weten dat Ruy op een plek was waar hij veilig was, bij mensen die ik vertrouwde. 

Op een vrijdagavond ging de telefoon: “Janke, het is tijd! Hij wil naar je toe, Ruy komt morgen naar huis.” Gelaten heb ik gezegd dat het goed was. Toen ik had opgehangen sloeg de paniek toe. “Ik kan dit helemaal niet, ik wil dit helemaal niet. Wat moet ik zeggen?” Mijn twee aanwezige vriendinnen hebben me opgevangen. Ik was het spoor (zoals vaker die week) volledig bijster.

Bloednerveus was ik de volgende dag. En tegelijkertijd kon ik niet wachten om mijn kereltje weer in mijn armen te nemen. De bel gaat. Ik zucht een keer diep en doe de deur open. Ik neem Ruy in mijn armen en samen beginnen we heel hard te huilen. “Hij weet het!” fluister ik naar mijn vriendin. “Hij weet het!” Hij wist het helemaal niet, zo voelde het alleen voor mij. De rest van de dag ging relatief rustig voorbij. Mijn moeder was er weer, we hebben gegeten en toen kwam het moment dat ik Ruy naar bed moest brengen.

Hij wilde voorgelezen worden uit de Spaanse Cars. Stefan en ik hadden besloten om Ruy tweetalig op te voeden. Stefan sprak Spaans met hem, en ik Nederlands. Daar hoorden ook Spaanse voorleesboekjes bij. “Rayo es velocidad”, wat zoveel betekent als “Bliksem is snelheid.” Ik ben bij mijn zoon op de rand van zijn bed gaan zitten. Na elke zin moest ik stoppen om mijn adem terug te pakken of om een traan weg te vegen. Het was het zwaarste wat ik die week heb moeten doen. Ruy was, geheel tegen zijn natuur in, geduldig met me. Hij wachtte rustig tot ik er weer een zin uitgeperst kreeg. Mijn ziel werd steeds zwarter. Na de liedjes en de welterusten kus ben ik de tuin in gelopen waar mijn moeder zat. “Hoe ging het?” En met een oerkreet die uit mijn tenen kwam, heb ik het eerste glas wat ik zag zo tegen de muur van mijn schuur kapot gegooid. Inktzwart was ik van binnen. Het gerinkel van het glas tegen de muur doorbrak mijn zwarte binnenkant, en er kwam weer een zweem van licht naar binnen. Ik kon weer ademhalen.  “Morgen moet ik het hem vertellen!”

En zo geschiedde. Ik had me goed voor laten lichten over hoe een kind, dat zo jong is, uit te leggen war de dood nu eigenlijk is. Zeg niet dat hij is gaan slapen (want: dan kan hij angst voor slaap ontwikkelen), zeg niet dat hij een sterretje is geworden (want: kinderen hebben recht op de waarheid), en ga vooral niet uitweiden. Hou het kort en simpel. De vragen komen vanzelf wel. En kijk niet raar op als hij zijn schouders erover ophaalt. Het concept van de dood zegt hem niet zoveel. En gebruik de boekjes van Kikker en Nijntje. Veel tips! Ik heb ze allemaal ter harte genomen.

Okay, ik kan dit! En ik kon het. Ik ben altijd eerlijk geweest tegen Ruy over de dood van zijn vader. En inderdaad, kinderen nemen net zoveel informatie aan als dat hun hersenen aankunnen. Soms kwamen er vragen, maar vaker niet. En in de afgelopen 3 jaar zijn er steeds meer vragen bijgekomen. Die beantwoord ik dan zo eerlijk als mogelijk is. Zijn vader is nog steeds onderdeel van ons leven. Zijn dood is echt nog wel een thema bij ons thuis, maar veel vaker is zijn leven onderwerp van gesprek en daar praat ik veel liever met hem over.  

“Potverdomme kerel, wat lijkt je toch op je vader!” mopper ik. De grijns die van oor tot oor dan trekt is onbetaalbaar!

Dank je wel Kikker!

Add A Comment